Beschrijving
Dit boek neemt de lezer op een lichtvoetige manier mee in een adembenemend avontuur. Naarmate het verhaal vordert, ontwikkelt het avontuur zich tot een moreel-filosofische exercitie. Het leidt tot een ‘afrekening’ als in de processen van Neurenberg (1945 – 1948). Daar werden politici, militaire leiders, bankiers, industriëlen, artsen en juristen onderworpen aan scherpe vragen over de moraal die zij hanteerden. Waar bleef de ‘menselijke maat’?
Is alles moreel geoorloofd wat de wet niet verbiedt? Dát is de kern van dit boek. Het is een vraag die verder reikt dan het eens per vier jaar roodkleuren van een bolletje in een stemhokje. Het is een vraag die iedereen zich zou moeten stellen.
De werkelijkheid is vaak absurder dan fictie ooit kan zijn.




